Over het limitarisme: wat een meer gelijke verdeling van vermogen/inkomen oplevert

Nieuws

16-1-2026 Market Exit

De video van het kanaal "The Market Exit" onderzoekt de morele en politieke bezwaren tegen extreme rijkdom en introduceert het concept van 'limitarisme'.

 

De enorme kloof

De video opent met een vergelijking om de schaal van rijkdom te verduidelijken. Een gemiddelde H&M-medewerker zou meer dan een half miljoen jaar moeten werken om het vermogen van de eigenaar te evenaren. Elon Musk is vervolgens nog vele malen rijker dan dat. De maker stelt dat dergelijke bedragen voor het menselijk brein bijna onmogelijk te bevaten zijn.

Hoeveel is genoeg?

Er wordt gekeken naar onderzoek over de "genoeg-lijn". In landen als Nederland en de VS geven mensen aan dat ze met een vermogen tussen de 1 en 5 miljoen dollar alles kunnen doen wat ze willen. Alles daarboven draagt nauwelijks nog bij aan extra geluk, maar wordt door miljardairs vaak gezien als een scorebord in een eindeloos spel.

De drie grote problemen

De maker noemt drie hoofdredenen waarom we een grens aan rijkdom zouden moeten stellen:

  • Morele plicht: Het is ethisch moeilijk te verdedigen dat individuen miljarden oppotten terwijl datzelfde geld wereldwijd extreme armoede, honger en ziektes zou kunnen oplossen.

  • Democratische schade: Geld is macht. Miljardairs kunnen politieke campagnes financieren, lobbyisten inhuren en mediakanalen kopen. Hierdoor hebben zij een onevenredig grote invloed op de wetgeving, wat de democratie ondermijnt.

  • Maatschappelijke impact: Grote ongelijkheid zorgt voor minder sociale cohesie, meer criminaliteit en een lager algemeen welzijn in een samenleving.

Limitarisme: De voorgestelde oplossing

Geïnspireerd door de Nederlandse hoogleraar Ingrid Robeyns, bespreekt de video het idee van een "rijkdomplafond". Er worden twee grenzen voorgesteld:

  1. Een ethische grens: Rond de 1 miljoen dollar. Alles daarboven wordt gezien als overbodig.

  2. Een politieke grens: Rond de 10 miljoen dollar. Dit zou de harde wettelijke limiet zijn; alles wat iemand meer verdient, zou via belastingen terug moeten vloeien naar de samenleving.

Conclusie

De video concludeert dat de obsessie met constante economische groei en grenzeloze individuele rijkdom schadelijk is voor zowel de mens als de planeet. Het pleit voor een maatschappij waarin we niet streven naar "meer", maar naar "genoeg".


Ingrid Robeyns is een vooraanstaand Nederlands-Belgisch filosoof en econoom (verbonden aan de Universiteit Utrecht) die het begrip limitarisme internationaal op de kaart heeft gezet. Haar argumenten gaan verder dan alleen "het is eerlijker"; ze onderbouwt haar visie met een diepe ethische en politieke logica.

Hier zijn de vier belangrijkste zuilen van haar betoog:

1. Het argument van "Onvervulde Behoeften"

Robeyns stelt dat geld een dalend marginaal nut heeft. Voor iemand die niets heeft, is 100 euro levensveranderend. Voor een miljardair is 100 miljoen extra nauwelijks merkbaar in hun levenskwaliteit.

  • De stelling: Het is moreel onjuist dat middelen worden vastgehouden door mensen die er geen extra welzijn meer uit halen, terwijl diezelfde middelen elders gebruikt kunnen worden om in basisbehoeften te voorzien (zoals schoon drinkwater, zorg of onderwijs).

2. Democratische gelijkheid

Dit is een van haar sterkste politieke argumenten. Robeyns stelt dat extreme rijkdom de democratie fundamenteel ondermijnt.

  • Geld is invloed: Miljardairs kunnen via lobbywerk, donaties aan politieke partijen en het bezit van mediaconclomeraat de publieke opinie en wetgeving sturen.

  • Gevolg: Hierdoor hebben zij meer stemrecht dan de gewone burger, wat het principe van "één persoon, één stem" uitholt. Limitarisme beschermt de democratie tegen een oligarchie (regering door de rijken).

3. Het "Ecologische Plafond"

Robeyns koppelt rijkdom direct aan de klimaatcrisis. De ecologische voetafdruk van de allerrijksten (privéjets, jachten, meerdere villa’s en investeringen in vervuilende industrieën) is vele malen groter dan die van de gemiddelde mens.

  • De stelling: We leven op een planeet met beperkte middelen. Als een kleine groep een disproportioneel deel van de ecologische ruimte inneemt, blijft er niet genoeg over voor de rest van de wereldbevolking om een menswaardig bestaan te leiden binnen de grenzen van de aarde.

4. Het argument van Verdienste (Meritocratie)

Ze zet vraagtekens bij het idee dat miljardairs hun vermogen "volledig zelf" hebben verdiend.

  • Collectieve prestatie: Geen enkele miljardair wordt rijk in een vacuüm. Ze maken gebruik van door de overheid gefinancierde wegen, het rechtssysteem, geschoolde werknemers en publieke kennis.

  • Geluk: Succes is vaak een combinatie van talent, hard werken, maar ook enorme doses geluk (geboorteplaats, timing, netwerk). Daarom heeft de samenleving volgens haar een morele claim op het deel van de rijkdom dat de grens van een comfortabel leven overstijgt.


Twee soorten grenzen

In haar werk maakt ze een cruciaal onderscheid:

  • De morele grens: Dit is een persoonlijke, ethische grens. Mensen zouden zichzelf de vraag moeten stellen: "Wanneer heb ik genoeg?"

  • De politieke grens: Dit is de grens die de overheid moet handhaven via belastingen en wetgeving om de samenleving te beschermen tegen de negatieve effecten van overconcentratie van kapitaal.

Interessant feit: Ingrid Robeyns heeft hier onlangs een veelbesproken boek over uitgebracht, getiteld "Limitarisme: pleidooi tegen extreme rijkdom".

Ingrid Robeyns stelt dat de overgang naar een limitarische samenleving niet van de een op de andere dag gebeurt, maar via een combinatie van structurele hervormingen en fiscale maatregelen.

Hier zijn de praktische manieren waarop zij en andere economen denken dit te kunnen realiseren:

1. Progressieve Vermogensbelasting

Dit is het meest directe instrument. In plaats van alleen inkomen te belasten, wordt het totale opgebouwde vermogen belast.

  • Schijvensysteem: Net zoals bij de inkomstenbelasting, zouden de percentages stijgen naarmate het vermogen groter wordt.

  • Het 100%-tarief: Voor de "politieke grens" (bijvoorbeeld boven de 10 miljoen euro) zou een belastingtarief van 100% kunnen gelden. Alles wat daarboven wordt verdiend, vloeit dan direct naar de staatskas.

2. Radicalere Erfbelasting

Robeyns ziet de overdracht van enorme vermogens van generatie op generatie als een van de grootste motoren van ongelijkheid.

  • Plafond op erfenissen: Er zou een maximumbedrag kunnen komen dat iemand belastingvrij of tegen een laag tarief mag erven.

  • Gelijkheid bij de start: De opbrengst van deze belastingen zou gebruikt kunnen worden voor een 'kapitaal-startschot': een bedrag dat iedere burger krijgt bij het bereiken van de volwassen leeftijd om een studie te betalen of een bedrijf te starten.

3. Hervorming van Bedrijfswinsten

In plaats van alle winst naar de aandeelhouders te laten vloeien (wat miljardairs creëert), pleit limitarisme voor een andere verdeling binnen bedrijven:

  • Maximale loonkloof: Een wettelijke limiet op de verhouding tussen de bestbetaalde topmanager en de laagstbetaalde werknemer (bijvoorbeeld maximaal 20 keer zoveel).

  • Medewerkersparticipatie: Werknemers krijgen mede-eigendom van het bedrijf, waardoor de rijkdom die zij creëren breder wordt verspreid in plaats van geconcentreerd bij één eigenaar.

4. Sluiten van Belastingparadijzen

Robeyns erkent dat limitarisme in één land invoeren lastig is, omdat rijken dan simpelweg verhuizen (kapitaalvlucht).

  • Internationale afspraken: Er is wereldwijde samenwerking nodig om belastingontwijking aan te pakken. Een wereldwijd minimumtarief voor vennootschapsbelasting (waar momenteel al over gesproken wordt door de OESO) is een eerste stap in die richting.

5. Pre-distributie: Ingrijpen aan de bron

In plaats van achteraf belasten (herdistributie), kijkt limitarisme ook naar hoe markten zijn ingericht:

  • Aanpak van monopolies: Door monopolies (zoals in de techsector) strenger aan te pakken, voorkom je dat individuen zoals Jeff Bezos of Mark Zuckerberg zulke extreme vermogens kunnen vergaren door een gebrek aan concurrentie.


De "Winst" voor de Maatschappij

Het geld dat hiermee wordt opgehaald, is volgens Robeyns niet bedoeld voor algemene bureaucratie, maar voor specifieke publieke doelen:

  • Het financieren van de energietransitie.

  • Het versterken van het onderwijs en de zorg.

  • Het uitroeien van extreme armoede.

Deel dit bericht

pageviews: 70

tinyurl: link

Gerelateerde berichten

Meer over Economisch denken