Het probleem
- Te weinig bewegen: 47% van de Nederlanders voldoet aan de beweegrichtlijnen; bij laagopgeleiden 33% tegenover 51% bij hoogopgeleiden. Inactiviteit is goed voor 2,3% van de ziektelast, circa 5.800 sterfgevallen en 2,7 miljard euro zorguitgaven per jaar (Loket Gezond Leven, 2025).
- Sport is te duur: 55% van de Nederlanders vindt sport te duur, onder modaal zelfs 66%. 57% van de lagere inkomens zou vaker sporten als het gratis was (Mulier Instituut, 2025).
- Lappendeken aan regelingen: gemeenten hebben elk hun eigen sportregelingen voor minima, met grote verschillen en onduidelijke informatie. Het Jeugdfonds Sport & Cultuur hielp in 2025 een record van ruim 88.000 kinderen, maar is liefdadigheid, geen recht.
- Geen wettelijke basis: sport is in Nederland geen wettelijke taak. Gemeenten geven er netto ruim 1,1 miljard euro per jaar aan uit, maar bij bezuinigingen is sport het eerste slachtoffer. Het kabinet zou in 2026 de contouren van een Sport- en beweegwet presenteren.
De waarde van sport
Volgens de SROI-studie van het Kenniscentrum Sport & Bewegen kost sport en bewegen de samenleving 10,5 miljard euro en levert het 29,1 miljard euro op: minder zorgkosten, minder verzuim, meer productiviteit en meer sociale samenhang. Dat is een rendement van 2,76 (bandbreedte 1,87 tot 3,66). Investeren in sport is dus geen kostenpost, maar preventie.
Onze richting
- Recht op sport in de wet: een Sportwet met een zorgplicht voor gemeenten en een structurele rijksbijdrage, zoals de Nederlandse Sportraad bepleit.
- Voorverdelen in plaats van herverdelen: contributies en toegangsprijzen naar draagkracht, automatisch en zonder aanvraagformulieren, in plaats van achteraf compenseren.
- Sportpas voor jongeren: een jaarlijks sporttegoed voor iedere jongere, zoals voorgesteld in het Manifest Sportpas.
- Accommodaties als publiek bezit: renteloze leningen uit een fonds brede welvaart voor renovatie en verduurzaming van sporthallen, velden en zwembaden.
- De gemeente aan het stuur: sportclubs, buurtsportcoaches, scholen en zorg werken lokaal samen; gemeenten krijgen er de middelen en de zeggenschap voor.
Recreatie (natuur, groen, speelruimte en vrije tijd) behandelen we in een apart dossier.