Het rapport-Wennink is geen goed kompas voor Nederland

Nieuws

12-1-2026

Wennink De oplossingen in het rapport zijn te smal en te technisch, met alleen economische groei als doel, ziet . Het kiest niet voor brede welvaart, of andere voorwaarden voor innovatie.

Nu het stof rondom het rapport-Wennink is neergedaald, is het tijd om de balans op te maken. In hoeverre is het rapport een kompas voor de toekomst van Nederland?   

Het sterkste deel van het rapport is de urgentie die het uitstraalt en die breed wordt gedeeld. Nederland staat stil, terwijl het in de hoogste versnelling zou moeten draaien in een snel veranderende wereld. Onze concurrentiekracht verzwakt, de afhankelijkheid van China en de VS wordt groter, de productiviteitsgroei daalt, het stroomnet zit op slot en opgaven als stikstof, energie, landbouw en klimaat worden onvoldoende aangepakt. Over het ‘waarom’ is vrijwel iedereen het wel eens.

Alleen over het ‘wat’ en ‘hoe’ lopen de meningen uiteen. Vanuit werkgeverskringen is men enthousiast over de focus op materiële welvaart. Maar in andere kringen was veel kritiek op deze beperkte technologische focus, gericht op economische groei als doel. Waarom is niet gekozen voor brede welvaart, wat aspecten omvat als kwaliteit van leven, gezondheid, sociale cohesie en natuur? Uit onderzoek blijkt dat dit voor mensen belangrijke voorwaarden zijn voor een prettig leven. Zo zijn wij in Nederland de afgelopen 50 jaar drie keer welvarender geworden, maar het geluksniveau is constant gebleven. De levensverwachting neemt weliswaar nog toe in Nederland, maar de gezonde levensverwachting neemt af. En de milieuschade in Nederland bedraagt jaarlijks zo’n 5 procent van het BNP, volgens het Planbureau van de Leefomgeving.

De rationale dat economische groei een voorwaarde is om het welvaartsniveau op peil te houden is achterhaald; het tast ons welzijn zodanig aan, dat dit weer ten koste van onze welvaart zal gaan. De schadelijke bijwerkingen van economische groei zijn te groot. Ongelimiteerde groei leidt tot vernietiging van de natuur en uiteindelijk van de mens, volgens het VN-klimaatpanel.   

Kernwaarden ontbreken in het rapport

Opvallend is dat de kernwaarden die voor mensen essentieel zijn in hun bestaan (welzijn, kwaliteit van leven, gezondheid, natuur, vrijheid en zingeving), ontbreken in dit rapport. Sterker nog, de mens zelf ontbreekt volledig, terwijl die juist centraal zou moeten staan. Het gaat voorbij aan de snel groeiende onderstroom van mensen die zoeken naar een balans in hun leven en die niet per se méér willen, maar beter en anders.

Volgens Wennink is de kern van de transitieopgaves waar Nederland en Europa voor staan economisch van aard. Dit leidt tot een voortdurend vergelijken van de economieën van Europa, China en de VS, met de boodschap dat we steeds verder achterop lopen. Dat moge zo zijn, maar het laatste wat Nederland en Europa moeten doen is China en de VS kopiëren. Europa heeft een ander fundament, met belangrijke pijlers als sociale welvaart, gelijkheid, duurzaamheid en klimaat. De cultuur, instituties en structuren zijn in Europa wezenlijk anders dan in de VS en China.

Wil Europa blijvend kunnen concurreren, dan moet een nieuwe, circulaire maakindustrie worden ontwikkeld

Die voortdurende focus op de VS en China uit zich ook in de keuzes van de vier kerndomeinen waarin Wennink fors wil investeren: digitalisering en AI; veiligheid en weerbaarheid; energie en klimaat; life sciences & biotechnologie. Dat zijn precies de domeinen waar China en de VS voluit op inzetten. Opvallend is dat de maakindustrie en circulariteit ontbreken, terwijl Europa zich juist op die gebieden onderscheidt. Europa heeft een circulariteitspercentage van rond de 12 procent en dat is aanzienlijk hoger dan in China en de VS. Wil Europa blijvend kunnen concurreren, dan moet een nieuwe, circulaire maakindustrie worden ontwikkeld, waarin Europa weer zelf circulaire producten gaat maken, zoals circulaire zonnepanelen, windmolens, elektronica, kleding, huizen, batterijen, telefoons, etc. Dat geldt ook voor Nederland. Alleen dan vermindert de afhankelijkheid van China en de VS echt.

Daarnaast moet Europa niet alleen investeren in technologische innovatie maar juist ook in sociale innovatie. Uit onderzoek van Henk Volberda (Universiteit van Amsterdam) blijkt dat het succes van innovatie voor 75 procent wordt bepaald door sociale innovatie en slechts voor 25 procent door technologische innovatie. Sociale innovatie betekent slimmer samenwerken, organiseren en problemen oplossen, waarbij mensen centraal staan in plaats van technologie. Juist daar ligt een kans voor Europa en Nederland, omdat wij daar een voorsprong hebben op de VS en China.

Het gaat niet alleen om meer geld

De oplossingen die Wennink voorstelt zijn niet nieuw. Fors investeren in technologische innovatie – 150 tot 200 miljard euro -, minder regeldruk, versnelde vergunningverlening, de economische infrastructuur versterken en de energievoorziening op orde brengen. Dat is allemaal nodig, maar bij lange na niet voldoende. Het gaat niet alleen om meer geld, maar ook om anders organiseren. Meer geld in de zorg en het onderwijs investeren werkt eerder averechts, zolang we het fundament niet herijken en de mens weer centraal stellen. Dat geldt ook voor innovatie, die dwing je niet top-down af, die verloopt via onvoorspelbare creatieve destructie. En hoe stimuleren we ondernemerschap, hoe creëren we meer scale-ups en de nieuwe ASML?

Wennink pleit voor scherpe keuzes, maar maakt die zelf niet. Zo moet Nederland Tata Steel in de lucht houden, maar dat kost zomaar 10 miljard euro. Het zogeheten Draghi-rapport maakt die scherpe keuzes wel voor Europa, want we kunnen niet in 20 landen staal blijven produceren. De landen die het verst zijn met de productie van groen staal zijn het meest kansrijk om te overleven: Zweden, Duitsland en Frankrijk. Nederland hoort daar niet bij.

Opvallend is dat Wennink met geen woord rept over het belang van Europese samenwerking, terwijl Draghi daar juist het accent op legt en daar concrete voorstellen voor doet. Ook in andere Europese landen zijn soortgelijke rapporten opgesteld, waarbij grensoverschrijdende samenwerking wél centraal staat.

Peter Wennink kreeg als opdracht het invloedrijke rapport van Draghi voor Europa door te vertalen naar Nederland. Dat is niet goed gelukt, daarvoor is de lens waardoor gekeken is te smal. Het rapport van Wennink is dan ook géén kompas voor de toekomst van Nederland.

Deel dit bericht

pageviews: 19

tinyurl: link